Suiker en zetmeel in paardenvoeding: de verborgen boosdoeners uitgelegd

Gezonde voeding voor paarden
09 July 2026

Wanneer je je verdiept in paardenvoeding, kom je vroeg of laat uit bij een onderwerp waar veel over gezegd wordt: suiker en zetmeel. Voor de één zijn het nuttige energiebronnen, voor de ander vooral iets om zoveel mogelijk te vermijden. Maar hoe zit dat nu echt?

Om dat goed te begrijpen, moeten we eerst een stap terug doen. Wat zijn eigenlijk de belangrijkste voedingsstoffen in het rantsoen van een paard? En hoe passen suiker en zetmeel daarin? Pas als je weet wat ze zijn, hoe een paard ze verteert en wanneer ze wel of niet passen, kun je er in de praktijk verstandig mee omgaan.

Macronutriënten: de grote bouwstenen van het rantsoen

De basis van elk rantsoen wordt gevormd door de macronutriënten: koolhydraten, eiwitten en vetten. En de micronutriënten: vitaminen, mineralen en spoorelementen. Samen leveren zij energie en bouwstoffen voor het lichaam. Binnen een goed samengesteld rantsoen draait het om de juiste balans tussen macro- en micronutriënten, afgestemd op wat het paard echt nodig heeft.

Koolhydraten vormen van nature het grootste deel van het rantsoen. Maar niet alle koolhydraten zijn hetzelfde. Bij paarden is het belangrijk om onderscheid te maken tussen:

  • Structurele koolhydraten: vooral vezels uit ruwvoer
  • Niet-structurele koolhydraten: zoals suikers en zetmeel

Voor paarden zijn vezels van levensbelang. Een paard is van nature gebouwd om bijna de hele dag door kleine beetjes vezelrijke voeding te eten. Het verteringsstelsel is daar ook op ingericht: grote hoeveelheden ruwvoer, verdeeld in een continue aanvoer van kleine porties.

Dat betekent niet dat een paard geen zetmeel of suiker kan verteren, maar wel dat deze altijd bekeken moeten worden binnen het totaalplaatje van het rantsoen.

Wat is zetmeel precies?

Zetmeel is een koolhydraat. Planten gebruiken het als een energiereserve: ze slaan glucose (suiker) op in de vorm van lange ketens. Die lange ketens aaneengeschakeld suiker is zetmeel. Zodra een paard dat zetmeel verteert, worden die ketens afgebroken tot kleinere suikereenheden, die vervolgens als energie gebruikt kunnen worden.

In paardenvoeding komt zetmeel vooral voor in granen en graanrijke voeders, zoals haver, gerst, maïs in (de meeste) krachtvoeders of brokken. Hoeveel zetmeel een voer bevat, hangt dus sterk af van de gebruikte grondstoffen en de samenstelling van het product.

Wat zijn suikers precies?

Suiker is de eenvoudigste vorm van koolhydraten. In paardenvoeding spreken we over verschillende soorten suikers:

  • Glucose: de meest basale suiker, direct opneembaar
  • Fructose: fruit- en plantsuiker, ook direct opneembaar
  • Sucrose: tafelsuiker, bestaat uit glucose + fructose
  • Fructanen: complexere suikerketens die voorkomen in gras en hooi

De eerste drie (glucose, fructose, sucrose) worden snel opgenomen in de dunne darm en geven een directe energieboost. Dat klinkt prettig, maar voor paarden kan dit voor problemen zorgen.

Fructanen zijn een apart verhaal. Het zijn ketens van fructosemoleculen die van nature voorkomen in grassen en planten. Ze dienen als energieopslag voor de plant en een soort "antivriesmiddel" tijdens koude periodes. Het probleem met fructanen is dat paarden ze niet goed kunnen verteren in de dunne darm. In plaats daarvan komen ze terecht in de dikke darm, waar ze gefermenteerd worden door bacteriën. Dit fermentatieproces kan leiden tot een verstoring van de darmflora, melkzuurvorming en gasvorming, wat kan resulteren in koliek, hoefbevangenheid en andere spijsverteringsproblemen.

Hoe werkt de vertering van suiker en zetmeel?

De vertering van zetmeel vindt vooral plaats in de dunne darm. Daar wordt zetmeel met behulp van enzymen afgebroken tot kleinere suikers, die vervolgens kunnen worden opgenomen in het lichaam en gebruikt als energie.

Suikers (glucose, fructose, sucrose) worden nog sneller opgenomen: ze passeren direct de darmwand en komen in de bloedbaan. Dit veroorzaakt een snelle stijging van de bloedsuiker en een insulinerespons.

Dat klinkt eenvoudig, maar er zit een belangrijke nuance in: een paard is in de basis geen graaneter, maar een vezelverwerker. Het verteringsstelsel is dus uitstekend ingericht op ruwvoer, maar heeft een beperkte capaciteit om grote hoeveelheden zetmeel of suiker ineens te verwerken.

In de praktijk betekent dat, dat niet alleen het totale gehalte per dag telt, maar ook de hoeveelheid per voerbeurt.

Wat gebeurt er als er te veel suiker en zetmeel in de dunne darm terechtkomen?

Wanneer een paard meer suiker of zetmeel binnenkrijgt dan de dunne darm op dat moment goed kan verwerken, dan schuift een deel door naar de dikke darm. En daar begint het probleem vaak.

De dikke darm van het paard is bedoeld voor de fermentatie van vezels. Daar leven micro-organismen die juist goed gedijen op ruwvoer. Komt er te veel onverteerd zetmeel of suiker in dat deel van het spijsverteringsstelsel terecht, dan kan dat die balans verstoren. Dat kan leiden tot meer gisting, een zuurder darmmilieu en een minder gunstige omgeving voor de vezelvertering.

En als die balans onder druk komt te staan, kan dat op termijn bijdragen aan spijsverteringsproblemen, maar ook aan insulineresistentie: het lichaam wordt minder gevoelig voor insuline. Insuline zorgt ervoor dat de cellen van suiker uit het bloed opnemen. Wanneer een paard herhaaldelijk wordt blootgesteld aan hoge suikerniveaus en dus ook aan hoge insuline niveaus. De cellen worden dan minder gevoelig voor insuline en het lichaam gaat meer insuline aanmaken om hetzelfde effect te behalen. Dit is een vicieuze cirkel. Daar komt bij dat insuline meer doet dan alleen opslag van suikers. Het stimuleert onder andere ook de opslag van vet. Meer insuline zorgt voor meer vetopslag, waardoor paarden met insulineresistentie vaak dikker worden en vetbulten kunnen ontwikkelen.

Welke paarden kunnen met name niet goed overweg met veel suiker en zetmeel?

Niet ieder paard is hetzelfde. Het ene paard lijkt bijna alles te kunnen eten zonder merkbaar probleem, terwijl het andere al gevoelig reageert op relatief kleine veranderingen in het rantsoen. Dat heeft onder andere te maken met:

  • ras en type paard;
  • trainingsniveau en energiebehoefte;
  • conditie en gewicht;
  • gevoeligheid van het spijsverteringsstelsel;
  • stofwisseling.

Voor een fanatiek sportpaard met een hoge energiebehoefte, kan een beperkte hoeveelheid zetmeel prima passen. Voor een sober ras dat snel te dik wordt, of voor een paard met een gevoelige stofwisseling, ligt dat vaak anders.

Daarnaast zijn paarden met de onder andere volgende ziektebeelden extra gevoelig voor hoge suiker en zetmeel gehaltes:

  • EMS (Equine Metabool Syndroom): wanneer paarden lang insulineresistent zijn, kunnen ze EMS ontwikkelen.
  • Paarden met (aanleg tot) Hoefbevangenheid
  • PPID (Cushing): een hormoonstoornis die vaak samengaat met insulineresistentie
  • PSSM (Polysaccharide Storage Myopathy): een erfelijke spierziekte bij paarden waarbij suikers abnormaal worden opgeslagen in de spiercellen.

Niet ieder zetmeel is hetzelfde: geschikte en minder geschikte bronnen

Daar komt nog iets bij: niet ieder zetmeel gedraagt zich hetzelfde in het paardenlichaam. De bron van het zetmeel speelt mee, maar ook de manier waarop het voer is bewerkt. Sommige zetmeelbronnen zijn voor paarden beter verteerbaar dan andere.

Geschikte zetmeelbronnen voor paarden

Haver

Haver wordt al duizenden jaren ingezet als grondstof in paardenvoeding en geldt als de gouden standaard onder de graansoorten. Het heeft van alle granen het hoogste gehalte aan ruwe celstof en het laagste zetmeelgehalte (ongeveer 40%). Verder is haver relatief vet- en eiwitrijk en geeft sportpaarden extra snel beschikbare energie.

Haver bevat ook tryptofaan, wat endorfine vrijmaakt en het paard "happy" maakt. In sommige gevallen iets te veel, waardoor paarden moeilijker te berijden zijn.

De opname van haverzetmeel is sterk: 80 tot 90% van het zetmeel wordt opgenomen voordat het de dikke darm bereikt. Dat maakt haver tot een van de meest geschikte granen voor paarden.

Rijst

Rijst is een uitstekend alternatief voor paarden die gevoelig zijn voor andere granen. Het zetmeel in rijst is goed verteerbaar en rijst bevat geen gluten, waardoor het geschikt is voor paarden met een glutenallergie. Rijst geeft ‘rustige’ energie: het levert energie zonder dat paarden er heet van worden, zoals bij sommige andere granen.

Rijst is laag in vet en eiwit, maar levert een geconcentreerde bron van energie die door de meeste paarden goed verdragen wordt.

Minder geschikte zetmeelbronnen voor paarden

Tarwe

Tarwe is veel minder geschikt voor paarden. Het bevat ongeveer 60-70% zetmeel, wat veel hoger is dan haver. Bovendien is tarwezetmeel minder goed verteerbaar voor paarden. Tarwe bevat gluten (gliadine en glutenine), wat bij sommige paarden allergische reacties kan veroorzaken, zichtbaar in huid- en darmproblemen.

Tarwe is vaak de boosdoener bij maag- en darmproblemen. Waar haver traditioneel als "paardengraan" wordt gezien, wordt tarwe meer gebruikt als goedkoop vulmiddel in krachtvoer.

Gerst

Gerst bevat ongeveer 50% zetmeel en qua energiegehalte ligt het tussen maïs en haver in. Het zetmeel in gerst heeft een andere molecuulstructuur dan haverzetmeel en wordt veel minder goed opgenomen: slechts 20-25% van het zetmeel wordt verteerd in de dunne darm. Het grootste deel komt dus in de dikke darm terecht, waar het de darmflora kan verstoren.

Gerst bevat gluten, wat bij gevoelige paarden problemen kan geven. Daarom moet je ook gerststro vermijden bij paarden met een glutenallergie.

Spelt

Spelt is een oud graan dat qua eigenschappen tussen tarwe en haver in zit. Het bevat minder zetmeel dan tarwe, maar meer dan haver. Spelt bevat wel gluten, maar in mindere mate dan tarwe. Sommige paarden verdragen spelt beter dan tarwe, maar het blijft een graan dat met mate gegeven moet worden.

Maïs

Maïs is energierijk maar minder natuurlijk voor paarden. Het bevat ongeveer 60-70% zetmeel. Maïs wordt vaak geplet of gebroken toegevoegd om de verteerbaarheid te vergroten, maar het blijft een geconcentreerde energiebron waar paarden heet van kunnen worden.

Verwerking van granen: wat doet het met de verteerbaarheid?

De manier waarop granen worden bewerkt, heeft grote invloed op hoe goed paarden het zetmeel kunnen verteren.

Pletten

Bij pletten wordt de graankorrel gebroken, waardoor het oppervlak groter wordt en enzymen beter bij het zetmeel kunnen komen. Geplette haver wordt sneller verteerd dan hele haver, maar is wel iets minder krachtig. Bij gerst maakt pletten een groot verschil: geplette gerst is aanzienlijk beter verteerbaar dan hele gerst.

Poffen / Expanderen

Bij poffen of expanderen worden granen blootgesteld aan hoge temperatuur en druk, waarna ze plotseling worden vrijgegeven. Dit "opent" de korrel en maakt het zetmeel veel toegankelijker voor vertering. Gepofte of geëxpandeerde granen zijn beter verteerbaar dan geplette of hele granen. Dit klinkt positief, maar het heeft ook een nadeel: juist omdat het zetmeel zo goed verteerbaar wordt, kan het sneller en in grotere hoeveelheden worden opgenomen. Dit verhoogt het risico op een overschot in de dunne darm en een insulinerespons.

Vlokken

Bij gevlokte granen (zoals gerstvlokken) wordt de graankorrel blootgesteld aan hoge temperaturen, waardoor de verteerbaarheid verbetert en er minder stof in het eindproduct zit. Vlokken zijn beter verteerbaar dan geplette granen, maar hier geldt hetzelfde: makkelijker verteerbaar betekent ook sneller opneembaar.

Gepunte haver

Bij gepunte haver wordt de korrel ontdaan van de huls/schil. Dit maakt het zetmeel toegankelijker zonder de korrel te breken. Gepunte haver is zeer geschikt voor paarden die snel extra energie nodig hebben, omdat zij een grote inspanning moeten leveren.

Hele granen

Hele, onbewerkte granen worden het langzaamst verteerd. Het paard moet eerst de korrel breken door te kauwen, en het zetmeel is minder toegankelijk voor enzymen. Dit klinkt als een nadeel, maar voor sommige paarden is dit juist prettig: de energie komt langzamer vrij en er is minder kans op een energiepiek.

Het belang van hoeveelheid per voerbeurt

Ongeacht de bron of verwerking, de hoeveelheid zetmeel per voerbeurt is heel belangrijk. De dunne darm van een paard heeft een beperkte capaciteit om zetmeel te verteren. De richtlijn is maximaal 1 gram zetmeel per kilogram lichaamsgewicht per portie. Voor een paard van 600 kg betekent dat maximaal 600 gram zetmeel per voerbeurt.

Als je hele haver voert (40% zetmeel), mag je dus maximaal ongeveer 1,5 kg per voerbeurt geven. Bij geplette of gepofte haver, die beter verteerbaar is, is die hoeveelheid mogelijk nog lager.

Grote porties zetmeel ineens zijn minder gunstig dan kleine hoeveelheden verdeeld over de dag. Dat is ook de reden waarom je nooit te veel granen in één keer mag geven.

Zijn suiker en zetmeel nu goed of slecht?

Een eerlijk antwoord? Geen van beide. Zetmeel en suiker zijn niet per definitie een probleem, maar ook niet automatisch standaard een slimme keuze. Het zijn voedingsstoffen met een functie en zoals zo vaak in paardenvoeding, zit het verschil hem in hoeveelheid, context en maatwerk.

Voor sommige paarden kan een beperkte hoeveelheid zetmeel prima passen. Voor andere paarden is het verstandiger om het juist duidelijk te beperken.

De kunst is om niet te denken in zwart-wit, maar in: wat heeft dit paard nodig om gezond, rustig en in balans te blijven?

Dat is soms best een puzzel. Want elk paard is uniek, en wat voor het ene paard werkt, hoeft voor het andere niet de juiste keuze te zijn.

Verborgen bronnen van suiker en zetmeel

Suiker en zetmeel zitten niet alleen in granen. Ze verstoppen zich ook in:

  • Melasse: toegevoegd als smaakversterker, maar bevat ca. 50% suiker
  • Gras en hooi: vooral in het voorjaar en najaar (fructanen)
  • Bepaalde brokken: ook "gezonde" brokken kunnen hoog in zetmeel zijn
  • Wortels en appels: bevatten veel suiker
  • Sommige ruwvoermixen: check altijd het etiket

Waar let je in de praktijk op?

Voor paardeneigenaren is het soms lastig om door alle adviezen heen te kijken. Daarom helpt het om terug te gaan naar de basis:

1. Begin altijd met ruwvoer

De basis van het rantsoen hoort te bestaan uit voldoende water en ruwvoer. Dat sluit aan bij de natuurlijke manier waarop het paard is gebouwd en ondersteunt een rustige, constante spijsvertering.

2. Kijk niet alleen naar het percentage op de zak

Een voer kan "laag in zetmeel" zijn, maar als je er vervolgens veel van geeft, loopt de totale opname alsnog op. Andersom kan een voer met wat meer zetmeel in een heel kleine hoeveelheid soms prima passen. Het gaat dus niet alleen om het cijfer, maar om de praktische dagdosering.

3. Let op de hoeveelheid per voerbeurt

De dunne darm van een paard heeft geen onbeperkte capaciteit. Grote porties zetmeel of suiker ineens zijn minder gunstig dan kleine hoeveelheden verdeeld over de dag.

4. Kijk naar het hele paard

Is je paard snel heet, gevoelig, te dik, juist moeilijk op gewicht, in zware training of metabool kwetsbaar? Dan verandert ook de manier waarop je naar suiker en zetmeel kijkt.

5. Zie suiker en zetmeel niet los van de rest

Een paard dat voldoende ruwvoer krijgt, genoeg kauwt, voldoende beweegt en een passend totaalrantsoen heeft, staat heel anders in de wedstrijd dan een paard dat veel krachtvoer en weinig vezels krijgt.

Conclusie

Bij Florian Horsefood geloven we dat paarden gezonder en sterker worden met een basisrantsoen van water en hooi, aangevuld met gemixt ruwvoer. Onze producten zijn bewust samengesteld met oog voor de natuurlijke behoeften van het paard.

Suiker en zetmeel zijn geen vijanden, maar ook geen vanzelfsprekende basisbestanddelen voor elk paard. Het zijn voedingsstoffen met een functie en zoals zo vaak in paardenvoeding, zit het verschil hem in hoeveelheid, context en maatwerk.

Voor sommige paarden kan een beperkte hoeveelheid zetmeel prima passen, bijvoorbeeld uit haver of rijst, in kleine hoeveelheden per voerbeurt. Voor andere paarden is het verstandiger om het juist duidelijk te beperken en te kiezen voor graanvrije alternatieven.

De kunst is om niet te denken in zwart-wit, maar in: wat heeft dit paard nodig om gezond, rustig en in balans te blijven?

Want veel onrust in discussies over paardenvoer ontstaat doordat voersoorten als "goed" of "slecht" worden bestempeld, terwijl de werkelijkheid vaak gecompliceerder is. Suiker en zetmeel kunnen functioneel zijn, maar alleen als ze op de juiste manier worden ingezet: met oog voor de bron, de verwerking, de hoeveelheid en het individuele paard.

Heb je vragen over de voeding van je paard of wil je persoonlijk advies over welk voer het beste bij jouw situatie past?

Ons team staat klaar om je te helpen. Neem gerust contact met ons op via WhatsApp op 085 - 060 41 29..

Want een paard met een rantsoen dat écht bij hem past, is een paard dat kan floreren.